Hij droomde dat hij weg zweefde op een witte wolk naar onbekende, verre landen. De azuurblauwe lucht was getuige van zijn gedurfde escapisme. Geen bestaande oorden had hij als bestemming, maar irreële surrealistische landschappen van Magritte of Miró. Hij wilde weg uit de greep van aardse benauwdheid en klein provincialisme. Hij wilde vertoeven bij vervreemdende elementen bij Bosch of in de fantasieën van Dali. Niets zou intellectueel eerlijker zijn dan in die vreemde werelden glijden en zelf de meester zijn van zijn ontvouwende vrijheid.

Plaats een reactie