In de diepte van warme steden,

heerst de zon als een tiran,

Onder palmen die nooit schaduwen geven,

Zwijgt ook de eenzaamheid.

Straten wit, toride.

De hitte ademt als een wrede lach,

Droge lucht verstikt de hoop,

oases van vergetelheid.

Vertwijfeling, mijn enige metgezel,

In de schaduw van verlatenheid.

Er is geen vrede in de warmte,

Slechts de stilte van solitair lijden.

Zo streef ik naar het niets,

Ontroostbaar onder zon en palm,

Verloren in de warme steden.

Plaats een reactie