Het masker dat ik draag is mijn toevlucht, mijn straf.
Wie zou mijn binnenste willen zien?
Ik zelf niet.
Jij zeker niet.
Dit masker is van mij,
een schild tegen mijn demonen,
tegen het kruiperige gespuis dat ik met kettingen en wanhoop in toom houd.
Maskers breken, zeggen ze,
maar ik blijf de scherven lijmen,
vul de barsten met goud alsof schoonheid de leugen draaglijker maakt.
Mijn wonden verstop ik achter een glimlach,
een gebaar van overleving, niet van hoop.
Laat mij mijn masker houden.
Het is geen bescherming,
het is mijn enige waarheid.
Kijk niet verder.
De donkere zijde die ik verberg,
is geen schouwspel,
maar een afgrond die jouw ogen niet aankunnen.
Plaats een reactie