Woorden komen langs,
stromen binnen als een onstuimige rivier.
Zij dringen zich op, tikken tegen mijn slapen,
zingen in een taal die ik nog moet leren.
Wie wekt mij in de nacht,
wie zaait chaos in mijn geest?
Mijn handen trillen van ongeschreven regels,
mijn adem reikt naar onbekende zinnen.
Ben jij het, muse?
Onzichtbaar, ongrijpbaar,
een schaduw in het ochtendlicht.
Ik reik naar je, maar jij danst weg,
lachend tussen de kieren van mijn denken.
Wees welkom.
Voel je vrij, breek de oevers open,
laat de stormvloed komen,
de rivieren zwellen,
het licht schijnen op ruwe stenen.
Laat bergen rijzen en woorden vallen
als regen op het dorstige blad.
Schep werelden in mijn geestesoog,
fluister me de taal van de wind.
En ik zal schrijven.
Plaats een reactie