Zweverig

ik zweef boven de kruinen van de bomen

en mijmer

niet over iets

maar in iets

zoals je kunt wonen

in een windvlaag

of in de stilte

van een woord dat niet werd uitgesproken

mijn lichaam ligt ergens

ik weet niet waar

misschien onder een jas

misschien vergeten op een stoel

ik ben alleen nog gedachte

een rand

een contour

een verdwijnpunt

niets raakt mij

en toch

gaat alles dwars door mij heen

de tijd schuift als mist onder mij door

dagen zonder naam

uren zonder houvast

alles is los

en ik ook

ik vooral

zelfs de zwaarte van het bestaan

lijkt mij vergeten

ik heb mezelf buitengesloten

uit mijn lichaam

en zelfs mijn zijn

als een deur die dichtvalt

zonder sleutel

zonder iemand aan de andere kant

wat er overblijft

is een soort geluidloos wachten

geen verlangen

geen hoop

alleen

aanwezigheid

zonder centrum

en toch —

ik wil een verbintenis

en een verbinding

met mijn kern

die zich niet wil laten pakken

die zich wegdraait

zoals een gezicht in een droom

vlak voor je het herkent

misschien is dat

wat ik ben:

een poging

die weigert te landen

Plaats een reactie