Knipperen

Ze knipperde. Eerst met haar ogen, toen met de jaren.

De spiegel zei niets terug, maar dat deed hij nooit.

Er waren koffiekopjes, heel veel.

Een kind in een dinosauruspyjama dat plots haar naam kende.

Ze knipperde en wist ineens wat conjunctief betekent in vijf talen.

Niet omdat ze het wilde.

Omdat het nodig was.

Er was een man. Er was werk.

Er was twijfel, oploskoffie, en een Google-agenda die een eigen wil had.

Soms dacht ze aan vroeger. Aan Roemenië. Aan hoe de tijd daar rook.

Ze knipperde.

De dagen gingen sneller dan het verkeer.

Ze dacht aan vijftig als iets dat anderen overkwam.

Tot vanochtend.

Er gebeurde niets.

Geen feest, geen fanfare, geen paniek.

Alleen het idee dat ze nu midden in iets stond,

en dat ze alles al bij zich had.

Ook wat nog moest komen.

Plaats een reactie