Heimwee mij

Breng me terug naar de keukentafel waar ik kind was,

waar je rookte en kookte en de dag traag voorbijging,

en breng me het gezicht waarvan ik elk jaar een stuk verlies,

want ik beeld het me in en het klopt al niet meer,

en toch 

ik kijk in de spiegel en daar ben jij,

in de zetel, met één broekspijp opgetrokken, dat gebaar

dat ik vreemd vond tot mijn eigen hand het deed,

zonder te vragen.

Op een zomerdag was je adem op.

We brachten je ten aarde, met muziek,

en zevenentwintig jaar lopen sindsdien achter me aan.

Ik was kwaad dat je ging. Je vroeg me niet of het mocht.

Er groeit een boom op je graf, maar ik zoek je daar niet.

En ik vraag het maar, want niemand antwoordt toch:

ben ik nu jou aan het worden tot het einde toe,

sterf ook ik op een zomerdag, met één broekspijp opgetrokken?

Plaats een reactie